De menselijke vruchtbaarheid


Bevruchting en zwangerschap

Slechts één zaadcel, één eicel én cervixslijm zijn nodig om tot een bevruchting te komen.

De bevruchting gebeurt in het buitenste derde deel van de eileider, ten laatste 18 uur na de eisprong.

Het embryo wordt door de eileider in ritmische bewegingen naar de baarmoederholte gevoerd en nestelt zich daar tussen de 6e en 12e dag na de bevruchting in.

Het embryo produceert het zwangerschapshormoon (HCG).

Het zwangerschapshormoon HCG

- zorgt ervoor dat het gele lichaam verder werkt en progesteron produceert.

- verhindert dat er een menstruatie (en afbraak van het baarmoederslijmvlies) optreedt.

- houdt de zwangerschap in stand.

 

Anatomie van de vrouw

Anatomie van de vrouw

De schede (1)

- ontvangt de penis van de man

- is zuur om infecties tegen te gaan

De cervicale crypten (2)

produceren cervixslijm

Het cervixslijm (3)

- neutraliseert rond de periode van de eisprong de zuurtegraad van de schede

- geeft voedsel aan de zaadcellen om tot bij het eitje te kunnen geraken

De baarmoeder (4)

dient gedurende de zwangerschap als logement voor de baby

De eileider (5)

- laat de zaadcellen opzwemmen tot de plaats van bevruchting (het buitenste derde van de eileider)

- vervoert het eitje naar de baarmoeder

De eierstok (6)

- laat elke maand enkele eitjes rijpen, waarvan één volledig uitrijpt en kan bevrucht worden

- produceert de lichaamseigen hormonen oestrogeen en progesteron 

De eicel (7)

bevat de helft van de genetische informatie voor het verwekken van een kind, de andere helft komt van de zaadcel

De follikel (8)

omhult het eitje tijdens de rijping

Het baarmoederslijmvlies (9)

- bereidt zich elke cyclus opnieuw voor op de ontvangst van een bevrucht eitje en bevat talrijke voedingsstoffen voor de     eerste maanden van de zwangerschap

- verlaat het lichaam in de vorm van menstruatiebloed als er geen innesteling heeft plaatsgevonden

Binnen elke cyclus kan een eitje maximaal 12 à 18 uur bevrucht worden. Maar dankzij het cervixslijm kunnen zaadcellen wel meerdere dagen op de eisprong wachten.

De hormonale cyclus

Aan het begin van de cyclus werkt het hormoon oestrogeen.

Oestrogeen

wordt geproduceerd door de follikel.

In de baarmoeder bereidt het het baarmoederslijmvlies voor op de innesteling van een mogelijk bevruchte eicel.

In de baarmoederhals produceert het oestrogeen een gelig, wit tot helder en vloeibaar slijm, het cervixslijm, om de zaadcellen tot overleven en bevruchten in staat te stellen.

Als er veel oestrogeen geproduceerd wordt, volgt vanuit de hersenen een signaal om een eisprong te veroorzaken. De follikel barst open, stoot de eicel weg en verschrompelt dan tot een geel lichaam.

Progesteron

het wordt geproduceerd door het gele lichaam (na de eisprong).

In de baarmoeder werkt het het baarmoederslijmvlies af voor de innesteling van een mogelijk bevruchte eicel.

Het verhindert dat een tweede eisprong plaats vindt.

Het zorgt ervoor dat het cervixslijm taai en ondoordringbaar wordt voor zaadcellen.

Het zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur lichtjes stijgt met het oog op een mogelijke zwangerschap.

Als zich geen bevruchte eicel innestelt, begint met de bloeding na een tweetal weken een nieuwe cyclus.

 

Anatomie van de man

Anatomie van de man

De teelballen (1)

- produceren voortdurend zaadcellen, zo’n 1000 per seconde of ongeveer 100 miljoen per dag

- produceren het mannelijk hormoon testosteron

De bijballen (2)

- zijn de opslagplaats voor zaadcellen

- breken oude, ongebruikte zaadcellen af

De zaadleiders (3)

maken de verbinding van de teelballen met de penis

De prostaat (4) en de zaadblaasjes (5)

geven voedsel en antizuur aan de zaadcellen

De klieren van Cowper (6)

reinigen de urinebuis

De penis (7)

zwellichamen vullen zich bij seksuele opwinding met bloed zodat zaadcellen in zaadvocht het lichaam doorheen de stijve penis kunnen verlaten

De urineleider (8)

is de weg waarlangs urine of zaadcellen het lichaam kunnen verlaten